Boeken van de Bijbel

Het woord Bijbel komt van het Griekse biblia, dat boeken (meervoud) betekent. De Bijbel is niet één boek, maar een verzameling boeken, geschreven door meer dan 35 schrijvers over een periode van meer dan 2000 jaar.

Het bestaat uit een:

  • Oude Testament (de boeken van het oude verbond) - 39 boeken, geschreven over een periode van tenminste 1500 jaar.
  • Nieuwe Testament (het nieuwe verbond) - 27 boeken, geschreven over een periode van ongeveer 50 jaar.

Deze vormen tezamen de boeken van de 'kanon' (de verzameling schriften die tot de Bijbel gerekend worden), in totaal 66 boeken.

Andere boeken

Er is ook een aantal andere Oudtestamentische boeken die niet tot de kanon worden gerekend. In protestantse kringen heten die Apocriefe (letterlijk: verborgen) boeken, en in katholieke kringen de Deuterocanonieke boeken (de 2e canon). Deze maakten geen deel uit van het Hebreeuwse Oude Testament. In katholieke Bijbelvertalingen zijn deze boeken wel opgenomen. De reden hiervoor is dat zij waren opgenomen in de Griekse vertaling van het Oude Testament, en later ook in de Latijnse vertaling (de Vulgaat). In oude protestantse Bijbels zijn ze soms opgenomen als een apart 'blok' tussen het Oude en Nieuwe Testament, of helemaal achteraan, en met een uitleg dat ze wel nuttig zijn om te lezen, maar dat ze niet tot de kanon behoren. Hieronder wordt er in iets meer detail op ingegaan.

De indeling

Een vrij gebruikelijke indeling van de Bijbel in de Christelijke wereld is de volgende:

Oude Testament:

  • Historische boeken (17)
  • Poëtische boeken (6)
  • Profetische boeken (16)

De historische boeken zijn ongeveer op tijdsvolgorde in onze Bijbel opgenomen.
De poëtische en profetische boeken hebben een andere volgorde

Nieuwe Testament:

  • Historische boeken (5) - Evangeliën en Handelingen
  • Brieven (21) - de meeste van Paulus
  • Profetisch boek (1) - Openbaring

De boeken van het Nieuwe Testament zijn gerangschikt volgens bovenstaande indeling, en niet op volgorde van schrijven.

Het Oude Testament

Het Oude Testament (= het oude verbond, zie 2 Kor. 3:14) is ontstaan vanaf vermoedelijk de tijd van Abraham (of zelfs eerder) tot aan ca. 400 v. Chr. De Joden deelden het in als:

  • De Wet (Tora)
  • De profeten (Nebiim)
  • De geschriften (Chetoebim)

Naar de beginletters hiervan duiden zij hun complete Bijbel (ons Oude Testament) aan als Tenach.

Deze indeling wordt o.a. genoemd in het apocriefe boek Jezus Sirach (3e eeuw v. Chr.), bij de historicus Flavius Josephus (1e eeuw na Chr.), en in het Nieuwe Testament (daar vaak alleen 'wet en profeten'). Lucas 11:51 noemt als profeten allen van Abel (in Genesis) tot Zacharia (in Kronieken); dit waren het eerste en het laatste boek van de Hebreeuwse Schrift. Bijna alle Oudtestamentische boeken worden aangehaald in het Nieuwe Testament, met mogelijke uitzondering van Ester en Hooglied.

Inhoud:

  • Wet (beter: leer): Genesis t/m Deuteronomium (ook bekend als de 'Pentateuch' - penta, vijf in het Grieks)
  • Profeten:
    • Vroege profeten: Jozua, Richteren, Samuël, Koningen
    • Latere profeten: Jesaja, Jeremia, Ezechiël, de 'twaalf' (Hosea t/m Zacharia)
  • Geschriften:
    • Dichterlijke boeken: Job, Psalmen, Spreuken
    • De rollen: Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker, Ester (gelezen op de gedenkdagen - Pasen, Pinksteren, de verwoesting van de tempel, Loofhutten en Purim - in de synagoge)
    • Daniël, Ezra+Nehemia, Kronieken

Deze lijst, of een daarmee overeen komend aantal boeken, is bekend uit diverse bronnen. Hier was bij de Judese Joden volledige overeenstemming over.

Apocriefe boeken

De Alexandrijnse Joden hebben deze boeken geleidelijk vertaald in het Grieks (Septuaginta vertaling). Zij voegden er een aantal in het Grieks geschreven boeken aan toe:

  • 3 en 4 Ezra
  • Aanvullingen op Ester
  • Judit
  • Tobit
  • 1-4 Makkabeeën
  • Oden
  • Wijsheid (of: wijsheid van Salomo)
  • Wijsheid van Jezus Sirach
  • Psalmen van Salomo
  • Baruch 1-5 en Baruch 6 (of: Brief van Jeremia)
  • Aanvullingen op Daniël: Daniël 13 (Suzanna en de oudsten) en Daniël 14 (Bel en de draak)
  • Gebed van Manasse

De oorspronkelijke christelijke gemeente maakte gebruik van de (Griekse) Septuaginta. Op de synodes van Hippo Regius (393) en Carthago (397) werd, in navolging van Athanasius en Augustinus, de lijst van de Septuaginta aangenomen. De kerken van de Reformatie zijn teruggekeerd tot de Hebreeuwse lijst, maar in de volgorde van de Septuaginta. Allen (ook de RK kerk) beschouwen deze boeken als 'canoniek'. De RK kerk erkent daarnaast ook de meeste boeken van de uitbreiding volgens de Septuaginta, maar noemt deze deuterocanoniek (de tweede canon). Zij verwerpt echter als apocrief: 3 en 4 Ezra, 3 en 4 Makkabeeën, Oden, Psalmen van Salomo, Baruch 6 (de brief van Jeremia) en het gebed van Manasse (hoewel deze wel in de Vulgaat staat). Voor de protestantse kerken zijn alle aanvullingen van de Septuaginta apocrief. Daarnaast zijn er nog andere boeken, de pseudo-epigrafa, die door iedereen worden beschouwd als niet-canoniek. De boeken van "Henoch" en de "Hemelvaart van Mozes" behoren hiertoe.

Het Nieuwe Testament

Het NT berust op de opdracht van Jezus om zijn woorden te prediken. Alles wat de apostelen hadden geschreven gold als canoniek. Toch bezitten wij niet alles. Een vroege aanduiding was: de woorden van 'de Heer en de apostelen', dat waren de evangeliën en de brieven (van Paulus). Reeds vroeg was men het redelijk eens over de canon; dit werd op de synodes van Hippo Regius en Carthago bevestigd (niet vastgesteld!). Er heeft echter lang twijfel bestaan aan de zogenaamde katholieke of algemene zendbrieven, dat zijn de brieven die niet van Paulus zijn (Hebreeën, en de brieven van Jakobus, Petrus, Johannes en Judas). Er is ook een zeer groot aantal apocriefe boeken uit de tijd van het NT, in te delen als apocriefe 'evangeliën' (18 stuks nog overgeleverd en nog eens 10 bekend van vermeldingen door andere auteurs), apocriefe 'Handelingen' (16 stuks), apocriefe brieven (7 stuks), en apocriefe openbaringen (7stuks). Daarnaast zijn er de geschriften van de zgn. apostolische vaders, kerkleiders uit de tweede eeuw die de apostelen nog persoonlijk gekend zouden hebben. Deze geschriften zijn wel authentiek, maar worden niet tot de canon gerekend (ooit echter wel). Ze bevatten nauwelijks leer, maar vooral aanwijzingen voor een christelijk leven. Tenslotte is er nog "de herder van Hermas" dat lange tijd als canoniek werd beschouwd, maar waarschijnlijk is ontstaan rond 150 na Chr.; het zou geschreven zijn door een broer van paus Pius I. Het is vooral historisch interessant omdat het inzicht geeft in de opkomst van het primaat van de bisschoppen en de paus.

De Taal

Het Oude Testament is vrijwel geheel bekend in het Hebreeuws. Een groot deel van het boek Daniël ons alleen bekend in het Aramees; naar men aanneemt is dat een vertaling van het Hebreeuwse origineel. Ook enkele delen van Ezra/Nehemia zijn Aramees, voornamelijk daar waar wordt geciteerd uit officiële stukken van de Perzen. Ook komen er hier en daar nog wat Aramese namen en uitdrukkingen voor. Het gaat om de volgende passages:

waar hoe kenbaar (in de NBG)
begin aangegeven, einde niet
begin aangegeven, einde niet
staat tussen gedachtestreepjes

In de 3e en 2e eeuw v. Chr. is van het hele Oude Testament een Griekse vertaling ontstaan, de zgn. Septuaginta. Deze vormde de Schrift van de kerk in de eerste eeuw, later aangevuld met het Griekse Nieuwe Testament.

Het Nieuwe Testament is ons volledig overgeleverd in het Grieks, al vinden we enkele Aramese uitdrukkingen (drie uitspraken van Jezus, twee van Paulus en een van Lucas). Er zijn mensen die willen aantonen dat de evangeliën, zoals wij die bezitten, vertalingen zijn van Hebreeuwse originelen, maar hun argumenten zijn niet erg overtuigend.

Tussen 382 en 405 is de totale Griekse Bijbel overgezet in het Latijn. Men noemt dat de Vulgaat. Dit is tot aan de Reformatie de officiële kerkbijbel geweest. Zie voor meer informatie onder "Vertalingen".

Op schrift gesteld

In de 19e eeuw is geopperd dat de Bijbel generaties lang is overgeleverd van vader op zoon, en dat pas na de ballingschap (bijna het eind van het Oude Testament) alles op schrift is gezet. Dit idee was gebaseerd op de zeer gebrekkige stand van archeologie van die dagen. Men nam aan dat er vóór die tijd geen schrift bestond.

Inmiddels is veel meer onderzoek gedaan en zijn er complete bibliotheken teruggevonden uit de tijd van het eerste Bijbelboek. Dat zulke argumenten vandaag de dag toch nog wel eens gebruikt worden, zoals wel eens gezegd wordt "na de ballingschap heeft men alle legendes uit het verleden vastgelegd", zegt meer over degene die dit zegt dan dat het iets met de werkelijkheid te maken heeft. Blijkbaar wil men het gezag van de Bijbel ondermijnen en laat men zich niet belemmeren door een werkelijkheid waarvan we intussen allang weten dat die compleet anders is. En als iets maar vaak genoeg gezegd wordt blijft het vanzelf wel hangen.

Er zijn goede redenen om aan te nemen dat vanaf een zeer vroege datum alles in de Schrift is vastgelegd. Op de pagina "materialen" wordt hier iets verder op ingegaan.

Copyright © 2011 Broeders in Christus