Broeders in Christus

English version Nederlandse versie

Oude Schijfmaterialen

Het oudste schrijfmateriaal dat in het Midden Oosten gebruikt werd is klei. In natte klei kon met een stokje getekend worden. Het schriftsoort dat gebruikt werd ontwikkelde zich vrij snel tot gestileerde plaatjes, spijkerschrift genoemd. Immers rechte lijnen trekken was veel gemakkelijker dat echte tekeningen maken. Er zijn vele duizenden kleitabletten met spijkerschrift gevonden in Mesopotamië (het huidige Irak) en omgeving.

Meer informatie over het spijkerschrift

Een andere soort schrift werd in Egypte ontwikkeld. Hier gebruikte men papyrus, een rietsoort, waar vellen van gemaakt werden waar vervolgens op getekend kon worden. Omdat een penseel weinig beperkingen oplegt aan de gebruiker, bleef het beeldschrift bestaan uit herkenbare beelden: hiërogliefenschrift.

Omstreeks de tijd dat het volk Israël uit Egypte trok om zich te vestigen in Kanaän ontstond in dat gebied een derde schriftsoort, het alfabetisch schrift. Het grote verschil was dat er maar een beperkte hoeveelheid tekens was die gemakkelijk te leren waren (in het Hebreeuws 22 - uitsluitend medeklinkers). Dit in tegenstelling tot de ca. 2000 tekens in het spijkerschrift en hiërogliefenschrift. In Egypte en Mesopotamië was er een beroep: schrijver, waar zelfs een koning van afhankelijk zou zijn omdat hij zelf het lezen en schrijven niet machtig was. In Israël leerde iedereen (of mogelijk alleen de jongens) het alfabet, zodat er geen aparte schrijvers bestonden. Het hebben van een alfabet is tevens zeer belangrijk omdat hierdoor ook abstracte begrippen zijn op te schrijven, wat met plaatjes bijna onmogelijk is.

Meer informatie over het alfabet

OstrakonToen men op een gegeven moment uit Egypte 'inkt' en 'penseel' had overgenomen werd het mogelijk om op materialen te schrijven. Men ging toen ook potscherven gebruiken als schrijfmateriaal. Men noemt zo'n beschreven potscherf met een Grieks woord: ostrakon (ostracisme was een Grieks volksgericht waarbij in de volksvergadering bij schriftelijke stemming over iemands verbanning werd beslist, waarbij ostraka als stembriefjes dienden). Zulke ostraka bevatten vaak zeer officiële correspondentie en men moet ze dus niet zien als 'kladpapier'. Ze vormden een welkom schrijfmateriaal. Opvallend is dat de vorm van het schrift zich wijzigde: de letters kregen nu 'dikte'. Hieruit ontwikkelde zich later het Hebreeuwse 'kwadraatschrift' dat we nu nog kennen.In veel later tijd is nog een ander schrijfmateriaal in gebruik gekomen, dat vooral de Romeinen gebruikten: het wastafeltje. Dit bestond uit een tweedelig, in het midden scharnierend houten plankje dat aan de 'binnen' zijde was voorzien van een laagje was. Hierin kon men met een stift letters krassen. Wreef men met de stompe achterzijde van de stift over de was, dan werden deze weer uitgewist. Dit moet een van de oudste notitieboekjes zijn geweest. Waarschijnlijk is zo'n wastafeltje bedoeld in Lucas 1:63.

Materialen in het Oude Testament

Klei tablet
  • Kleitabletten werden veel gebruikt voor koopcontracten. Ze moesten een generatie meegaan; dan waren koper, verkoper en getuigen overleden en had er niemand meer belang bij. Later werd het contract vaak in tweevoud opgemaakt; één exemplaar werd in een klei omhulsel (een envelop) gestopt, waarop koper en verkoper hun zegel zetten, en gebakken. In geval van dispuut had men, naast het 'open' exemplaar, ook nog een verzegeld exemplaar waar niet mee geknoeid kon zijn. We vinden deze praktijk in Jeremia 32:10-14. Een veel ouder koopcontract zit mogelijk verborgen in Genesis 23:17. Hethieten hadden de gewoonte een stuk land te omschrijven met behulp van het aantal bomen dat er op stond: deze werden ook in het koopcontract vermeld. De vermelding van de bomen in dit vers zou kunnen betekenen dat de schrijver hier citeert uit het oorspronkelijke contract.
  • Steen werd vooral gebruikt voor koninklijke proclamaties en wetgeving. Deze moesten immers van geslacht op geslacht leesbaar blijven. Voorbeelden zijn stèles zoals die van Merneptah en Mesa of de steen met de wetgeving van Hammurabi. Het is dus volkomen logisch dat ook de kern van de wet die op Sinaï werd gegeven op steen stond. Het beeld van in steen gegrift schrift is elders gebruikt voor iets wat niet vergeten kan of mag worden (Job 19:24; Jeremia 17:1).
  • Ostraka werden, zoals gezegd, vooral gebruikt voor allerlei vormen van correspondentie. In Lachish zijn tientallen ostraka opgegraven uit de tijd van het beleg van Jeruzalem door Nebukadnezar. Eén ervan bevat de zin: 'En zie, de woorden van de profeet zijn niet goed, zij verzwakken onze handen, zij ontkrachten de stad en het land' (ostrakon 6). Men vergelijke dit verwijt met de aanklacht tegen de profeet Jeremia (Jeremia 38:4).
  • Voor schrift van meer blijvende waarde, dat toch telkens weer geraadpleegd moest worden, gebruikte men papyrus of leer dat, op een rol, vrij veel tekst kon bevatten. Jeremia's profetieën, bijvoorbeeld, werden op zo'n rol geschreven (Jeremia 36, zie ook Jeremia 51:60-64).

De teksten van het Nieuwe Testament

De geschriften van het NT zijn vermoedelijk geschreven en gecopieerd op papyrusrollen. We weten dat ze al spoedig een ruime verspreiding hebben gevonden. Toen men de waarde ervan als geïnspireerde schrift begon te beseffen werden ze gecopieerd op duurzamer materialen als leer en perkament. Weinigen bezaten in die tijd de luxe van eigen schriftrollen. Van de Joden te Berea lezen we dat zij "... het woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen, of deze dingen zo waren" (Handelingen 17:11). We zullen ons daarbij moeten voorstellen dat zij die Schriften raadpleegden in de plaatselijke synagoge. Maar van de apostel Paulus lezen we dat hij Timoteus vraagt: "Als gij komt, breng dan de mantel mede, die ik te Troas bij Karpus liet liggen, en ook de boeken, vooral de perkamenten" (2 Timoteus. 4:13). De perkamenten zijn ongetwijfeld schriftrollen geweest die hij gebruikte voor zijn studie. Maar de schriftgeleerde Paulus was geen gewone joodse burger. Ook de christenen zullen in principe alleen gezamenlijke schriftrollen hebben bezeten, eerst op papyrus, later op het duurzamer perkament. Het overschrijven gebeurde met enthousiasme, maar minder nauwkeurig dan de Joden het Oude Testament overschreven. Anderzijds bezitten wij zoveel copieën van de nieuwtestamentische boeken dat het door nauwkeurig vergelijken mogelijk is om de oorspronkelijke tekst te reconstrueren. Ook hier mogen wij erop vertrouwen dat de boodschap grotendeels ongeschonden tot ons is gekomen.

Materialen in latere tijd

Vanaf de tweede eeuw werd steeds meer uitsluitend perkament gebruikt voor het kopiëren van de Bijbeltekst. Hiervoor werden de huiden van schapen, geiten en soms kalveren gebruikt. In de vierde eeuw begon men deze vellen niet meer aan elkaar vast te maken om een lange rol te vormen, maar ze op elkaar te leggen en in te binden als een boek. De Romeinen waren al gewend hun houten wastafeltjes aan elkaar te binden en het resultaat een codex te noemen (van het Latijns caudex - een houtblok). Deze perkamenten boeken werden ook codex genoemd. Dit bleef gedurende de middeleeuwen de normale verschijningsvorm van een boek. Boeken waren, door de omslachtige productiemethode (overschijven) en het gebruikte materiaal (perkament) erg prijzig.

Met de uitvinding van het boekdrukkunst kwam ook een tweede ontwikkeling naar Europa: papier. Gutenberg (waarschijnlijk de uitvinder van de boekdrukkunst), heeft de eerste oplage van zijn gedrukte boek - een Latijnse Bijbel - voor de helft op perkament en voor de helft op papier gedrukt. Om één Bijbel op perkament te maken had hij de huiden van 650 schapen nodig. Zonder papier had de boekdrukkunst geen vlucht genomen. Het op dergelijke schaal slachten van dieren voor hun huiden had een boek nog steeds erg kostbaar gemaakt, terwijl de benodigde dieren voor een grootschalige boekdruk eenvoudig niet beschikbaar waren geweest.

Na Gutenberg zijn alle boeken op papier gedrukt. In de vorige eeuw kwamen daar andere vormen bij, zoals elektronisch, zodat de Bijbel tegenwoordig ook in digitale vorm op internet te vinden is. Enkel het beschermen van auteurrechten (van de vertaling) belemmert het vrijelijk beschikbaar stellen van alle vertalingen. Oudere vertalingen zijn daarom ruim voorhanden.

"Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad."

Psalm 119:105